www.rechtspraak.nl

Alle landelijke nieuwsberichten van de Rechtspraak
  1. Verslag van een rechtszitting

    Politieagenten weten uit ervaring: als jij poolshoogte komt nemen, dan kan de vlam zomaar in de pan slaan; en dan heb jíj het gedaan. Als agenten op 28 juli van het vorige jaar thuis bij Herman* in Alphen aan den Rijn aan de deur komen, lijkt er geen vuiltje aan de lucht. Herman slaapt zijn roes uit. De agenten zijn op zoek naar de onverlaat die zijn auto ‘s nachts op een rotonde in de prak heeft gereden en hem vervolgens op de weg heeft laten staan.

    De auto staat op naam van zijn moeder, maar die vertelt de agenten dat ze Herman moeten hebben. Op naar de bovenverdieping, alwaar ze Herman proberen te wekken. Dat lukt in eerste instantie niet, maar als het dan tóch lukt, is de beer los. De 18-jarige zoon des huizes scheldt en schreeuwt dat het een aard heeft. ‘Ik ga mijn kankerrijbewijs niet inleveren. Ik maak je af kankermongooltje. Wacht maar, ik pak je’, en nog veel meer van dat fraais. Pas als 3 agenten zich op Herman hebben gestort, kan hij op de overloop in de boeien worden geslagen. De agenten vinden ook bijna 40 gram hasj in zijn kamer (5 gram ziet de politie door de vingers). Op het politiebureau blijkt dat er nog steeds te veel alcohol in zijn bloed zit. ‘U moet die avond flink bezopen zijn geweest’, kan de politierechter alleen maar concluderen.

    Drinken

    Want vandaag zit Herman in het Haagse gerechtsgebouw tegenover politierechter Holtrop, voor zijn ouders en een schoolklas en naast raadsman Glas. Van de schreeuwlelijk Herman is niets meer over; vanochtend zit de deemoedige en geciviliseerde Herman in rechtszaal A5. Waar de ellende mee begon? Herman: ‘Het begon ermee dat mijn relatie na 3,5 jaar uitging. Ik had nergens meer zin in. Ik raakte in de put. Ik ben toen op de 27ste ‘s avonds met vrienden veel gaan drinken, veel te veel. Ik weet niet wat er gebeurde, maar er knapte iets in mij. Ik heb de auto gepakt en ben naar mijn ex-vriendin gereden. Wat ik heb gezegd, weet ik niet meer. Ze vertelde later dat ze mij had verteld dat ik niet moest gaan rijden, maar dat deed ik toch. De auto stopte, ik ben uitgestapt en ben naar huis gelopen.’ ‘Ik heb het verkloot’, appt Herman op dat late uur nog naar zijn moeder. ‘Later heb ik mij gerealiseerd wat er had kunnen gebeuren. Misschien zou er dan helemaal niets meer van mijn leven terecht zijn gekomen.’

    Fout

    ‘s Ochtends komt de politie dus langs. ‘Kunt u zich herinneren wat er toen gebeurde?’, vraagt politierechter Holtrop. Herman: ‘Ik werd wakker in een nachtmerrie en schrok mij echt kapot. Ik wilde alleen maar weg om wat te roken. Als ik hasj rook, word ik rustig. Ik krijg mijn hoofd moeilijk stil. Toen ik wilde weglopen, duwde een agent mij tegen de muur, waarop ik hem beetpakte en hem op de grond probeerde te krijgen.’ Herman zegt spijt te hebben. ‘Ik begrijp dat ik helemaal fout zat. Ik had gewoon moeten luisteren en mee moeten gaan. Alleen, op dat moment lukte dat niet. Ik heb het zwaar verkloot. Ik herken mijzelf niet. Ik was het wel, maar het is niet mij.’ Begin dit jaar heeft Herman met 1 van de agenten gesproken. ‘Dat was een prettig gesprek. Ik wilde hem vertellen dat het niet persoonlijk was. Hij heeft niets verkeerd gedaan. Hij wilde mij juist helpen, zei mijn moeder.’

    Chillen

    Politierechter Holtrop pakt Herman’ dossier erbij. ‘Wat ik nou niet begrijp’, zegt ze, ‘is dat u bent begonnen met tweetalig onderwijs op het vwo. Ik constateer dat u geen diploma hebt.’ ‘Hoezo, wilt u weten?’ ‘Ja, dat begrijp ik gewoon niet’, antwoordt de politierechter. School en Herman lagen elkaar niet, daar komt het wel zo’n beetje op neer. ‘Ik liep altijd tegen wat aan en had een naam op school. Ik had een depressieve leraar. Ik was dat ook. Hij vertelde dan dat hij zichzelf met een vork in zijn arm prikte en of ik dat ook deed. We gingen bij hem thuis chillen. Dat was mijn mentor. Leraren sloten mij op in een lokaal. School geeft mij een slecht gevoel. Ik ben er niet klaar voor.’ En dus werkt Herman nu, tot grote tevredenheid van zijn baas en van hemzelf, bij een transportbedrijf.

    Positief

    De reclassering stelt voor om de inmiddels 19-jarige Herman op grond van het adolescentenstrafrecht te berechten. Ze adviseren ook een deels voorwaardelijke straf, met een meldplicht en een training om te leren denken en dan pas te doen en een behandeling. Hulp past hier beter dan een zware straf, vindt ook officier van justitie Zandbergen. Het adolescentenstrafrecht biedt die mogelijkheid, want met het strafblad van Herman (hij heeft zich al eens eerder verzet tegen aanhouding) zou hij als ‘gewone’ volwassene zomaar de cel in kunnen gaan. ‘Terwijl de verdachte nog een heel leven voor zich heeft.’ Nu houdt de officier het op een werkstraf van 80 uur, waarvan 30 uur voorwaardelijk, met een meldplicht bij de reclassering en gedragstraining en behandeling. Herman is ook 4 maanden zijn rijbewijs kwijt, maar omdat hij dat al 4 maanden kwijt was, merkt hij daar niets meer van.

    Houding

    ‘Mensen die mij hier vaker treffen, weten ik dat altijd uitermate kritisch mag zijn over de strafeisen, maar vandaag ben ik het helemaal eens met de officier van justitie’, prijst raadsman Gras de wensen van de officier van justitie. ‘De officier houdt terecht rekening met de houding van mijnheer en met het feit dat hij te groot was voor een servet en te klein voor een tafellaken.’ Over de feiten wil de raadsman het niet hebben. Herman heeft alles gedaan en bekend. Waar het over moet gaan, aldus raadsman Glas, is dat Herman alles heeft gedaan en doet om te voorkomen dat hij weer met de sterke arm in de clinch gaat. ‘En daar is hij bloedserieus in.’

    Wietgebruik

    ‘Als officier en raadsman het zo met elkaar eens zijn, dan blijft er niet zoveel voor mij over’, concludeert politierechter Holtrop. Herman heeft zich op 27/28 juli 2018 beschamend gedragen. ‘Dat dronken rijden had heel anders kunnen aflopen en de manier waarop u zich gedroeg tegenover de politieagenten ging alle perken te buiten’, aldus de rechter, die het prettig vindt dat Herman een goed gesprek heeft gehad met de politie. Rechter Holtrop: ‘Ik zie dat u zich realiseert dat het zo niet langer kan en dat u uw leven oppakt. Het is goed dat u uw drankgebruik matigt. Ik zou het liefst hebben dat u uw wietgebruik naar 0 terugbrengt, maar dat is niet aan mij. Ik hoop dat er ooit een diploma uitkomt, maar daar ga ik ook niet over.’ De politierechter geeft Herman exact de straf die hij volgens de officier en de advocaat verdient. ‘Ik hoop dat u hebt geleerd van deze zwarte bladzijde in uw leven.’

    * Herman is niet zijn echte naam.

  2. Bij de keuze om een rechtszaak door 1 of 3 rechters te laten behandelen, spelen financiële motieven geen rol. Dat blijkt uit een kort intern onderzoek (pdf, 1,1 MB) van de Rechtspraak. De indruk was ontstaan dat rechtbanken extra geld probeerden binnen te halen door een meervoudige kamer (van 3 rechters) op te tuigen als dat niet nodig was. Daar is niets van gebleken.

    Financiering van de Rechtspraak

    De Rechtspraak wordt gefinancierd door de minister voor Rechtsbescherming, op basis van het aantal zaken dat wordt afgedaan. Of die enkel- of meervoudig worden behandeld, speelt geen rol. De Raad voor de rechtspraak verdeelt het geld vervolgens over de rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges. Zij geven in hun jaarplannen aan hoeveel zaken zij voor de meervoudige kamer denken te brengen. Daar krijgen ze meer geld voor dan voor enkelvoudige zaken.

    Aanleiding voor het onderzoek

    In het actualiteitenprogramma Nieuwsuur kwam in november vorig jaar de keuze voor enkelvoudige of meervoudige behandeling van rechtszaken ter sprake. Voorzitter Nathalie van Waterschoot van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak bevestigde dat soms om financiële redenen voor een meervoudige kamer (MK) wordt gekozen. Zij zag dit als een teken van hoge werkdruk en onvoldoende financiering van de Rechtspraak. Raadsheer Ybo Buruma van de Hoge Raad toonde zich bezorgd. De Raad voor de rechtspraak herkende dit beeld echter niet en besloot het uit te zoeken via een interne ‘quick scan’, bestaande uit dossieronderzoek, interviews en data-analyse.

    Bevindingen

    Uit dit onderzoek blijkt dat vooral inhoudelijke criteria (zoals zwaarte of complexiteit) bepalen of een zaak door 1 of 3 rechters wordt behandeld. De commissie heeft stevig doorgevraagd om duidelijkheid te krijgen over de geruchten. Dat heeft geen concrete voorbeelden opgeleverd om te kunnen concluderen dat zaken om louter financiële redenen meervoudig worden behandeld. Het komt wel voor dat een enkelvoudige zaak wordt ‘opgeschaald’ naar de meervoudige kamer als daar een gat valt omdat een ingeroosterde zaak niet doorgaat. Daarbij is efficiëntie het motief; het is zonde om de kostbare tijd van 3 rechters, die toch al klaar zitten, niet te benutten. Bovendien blijkt het omgekeerde vaker voor te komen: door de nadruk op efficiëntie en snelheid worden MK-waardige zaken regelmatig door 1 rechter afgedaan.

    Aanbeveling

    Elk gerecht heeft selectiecriteria opgesteld om te bepalen wanneer een zaak naar de meervoudige kamer moet. De onderzoekscommissie adviseert eenduidige criteria voor het hele land op te stellen en die ook openbaar te maken, zodat er geen misverstanden meer hoeven te ontstaan over de redenen om voor enkel- of meervoudige behandeling te kiezen.

  3. De schadevergoeding die mensen kunnen eisen als ze, achteraf bezien, onterecht in voorarrest hebben gezeten, is verruimd. Bij het bepalen van de periode waarvoor schade moet worden vergoed, tellen voortaan alle dagen volledig mee.

    Artikel 89 Sv

    Mensen die in voorarrest hebben gezeten, kunnen op grond van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering schadevergoeding krijgen als hun zaak eindigt zonder dat de rechter een straf of maatregel oplegt. Dat kan ook als achteraf gezien geen voorlopige hechtenis is toegestaan voor het misdrijf waarvan ze worden verdacht. Bij de berekening van het bedrag werd de dag van invrijheidstelling tot nu toe niet meegeteld. Dat is veranderd.


    Nieuwe afspraken

    Een uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:1542) was aanleiding om de afspraken van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) over 89 Sv aan te passen. De oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken op rechtspraak.nlzijn inmiddels aangepast.

  4. Jaarverslag Rechtspraak 2018

    Rechters die dicht bij de samenleving staan: daar blijft de Rechtspraak zich de komende jaren voor inzetten. Dit blijkt uit het vandaag verschenen Jaarverslag Rechtspraak 2018. Ondanks een lastig jaar vol uitdagingen zijn veel innovatieve projecten gestart die de rechter toegankelijker maken en zich richten op het daadwerkelijke oplossen van problemen. Daarmee toont de Rechtspraak haar vitaliteit, zegt Henk Naves, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak.

    De Rechtspraak zette in 2018 in op innovatie: veel projecten gericht op maatschappelijk effectieve rechtspraak zagen het levenslicht. Initiatieven zoals de wijkrechter, regelrechter en de nieuwe aanpak van schulden stellen de oplossing van het probleem centraal. ‘Deze initiatieven hebben gemeen dat ze kiezen voor samenwerking, aanpak van multi-problematiek en – misschien wel het belangrijkste – een duurzame oplossing van het probleem’, aldus Henk Naves. ‘Tegelijkertijd verlagen ze de drempel die veel mensen ervaren als ze een rechtszaak willen starten, door eenvoudige procedures tegen lage kosten aan te bieden.’

    Financieel tekort

    Hoewel er breed werd ingezet op innovatie, was 2018 was ook een pittig jaar voor de Rechtspraak. Naves: ‘Een aantal vanzelfsprekende zaken moet achter onze voordeur op orde komen: de digitalisering, de verbinding met al onze medewerkers en de financiering. In 2018 werd de Rechtspraak opnieuw geconfronteerd met een financieel tekort, onder meer vanwege een vertraagd digitaliseringsprogramma, opgelegde bezuinigingen en het teruglopende aantal rechtszaken. Tegelijkertijd nam de zwaarte en complexiteit van de zaken die we behandelden toe.’

    Minder rechtszaken

    De Rechtspraak handelde vorig jaar 1.533.570 zaken af. Dat is 4 procent minder dan in het jaar daarvoor. De grootste daling deed zich voor bij bestuursrecht: het aantal belastingzaken nam af met 22 procent ten opzichte van 2017. Maar de daling was lang niet overal even sterk. Het aantal afgehandelde kantonzaken bleef bijvoorbeeld nagenoeg gelijk. Naves: ‘Dat we nog zo’n groot aantal zaken hebben afgehandeld, laat het robuuste karakter van de Rechtspraak zien. Ondanks de uitdagingen die we als organisatie kennen, streeft de rechter ernaar om gezaghebbend te zijn en te blijven.’

    Toekomst

    Naves ziet het als zijn taak om de Rechtspraak de komende jaren opnieuw richting te geven. ‘Ik ga me sterk maken voor een cultuurverandering om ervoor te zorgen dat we als Rechtspraak mee blijven gaan in het tempo van de maatschappelijke ontwikkelingen. Hoewel verwezenlijking van die ambitie tijd en geduld zal vragen, is deze weg voor mij onvermijdelijk.’

    Bekijk het Jaarverslag Rechtspraak 2018.

  5. Rapportage Commissie Visitatie Gerechten 2018

    Een stagnerende modernisering, een tekort aan professionele medewerkers en financiële schaarste bedreigen de rechtspraak in Nederland. Dat constateert de Commissie Visitatie Gerechten, die het afgelopen jaar de kwaliteitszorg van de rechtspraak onderzocht in opdracht van de Raad voor de rechtspraak.

    Tempo en aard van de veranderingen die de rechtspraak probeert door te voeren zijn ontoereikend om het vertrouwen van de samenleving in de rechtspraak in de toekomst te kunnen waarborgen. Als de rechtspraak niet in staat is om de komende jaren in rap tempo te moderniseren, bestaat de kans dat er van buiten wordt ingegrepen. 'Een breed gedragen visie, een heldere toedeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden en een omgevingsgerichte cultuur zijn dringend nodig om de rechtspraak toekomstbestendig te maken', aldus de voorzitter van de Commissie Visitatie Gerechten 2018, Joyce Sylvester.

    Tekortkomingen

    Rechters, medewerkers en rechtbankbesturen werken dagelijks met veel toewijding aan deskundige, snelle en toegankelijke rechtspraak. De Nederlandse rechtspraak is door hun inzet nog steeds een van de beste ter wereld. Maar het ambt van rechter zal aan gezag inboeten als de huidige tekortkomingen voortduren, constateert de commissie.
    Het achterblijven van digitalisering van de interne processen, deels het gevolg van het falen van het innovatieprogramma KEI, is exemplarisch voor het stagnerende moderniseringsproces van de rechtspraak. Het is samen met de personele krapte één van de oorzaken waarom rechtszaken onnodig lang duren en de toegankelijkheid van de rechtspraak voor rechtzoekenden afneemt.

    Problemen

    De commissie constateert drie problemen:

    1. De personele en financiële krapte legt zoveel druk op medewerkers dat zij geen kans meer zien om aandacht te geven aan broodnodige transformatie en innovatie van de rechtspraak.Tekort aan rechters en ondersteunend personeel is structureel, diversiteit ontbreekt, doorlooptijden van rechtszaken worden niet korter en de werkdruk blijft zo hoog dat overwerk normaal is.

    2. Op bestuurlijk niveau is er geen helderheid. Er is geen heldere, breed herkenbare visie op de toekomst van de rechtspraak. Hoe taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn verdeeld tussen de gerechtsbesturen en de Raad voor de rechtspraak is voor veel betrokkenen onduidelijk. Van de Raad voor de rechtspraak wordt verwacht dat deze als verbindend boegbeeld en belangenbehartiger optreedt. Maar rechters en medewerkers van de gerechten ervaren de Raad veeleer als een verlengstuk van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, dat zich hoofdzakelijk richt op het beheersen van de kosten van de rechtspraak. Het roept de vraag op of dit wel past bij de publieke waarden die de rechtspraak moet dienen.

    3. Maar ook binnen de gerechten zelf is werk aan de winkel. De commissie mist voldoende kritische (zelf)reflectie, omgevingsbewustzijn, samenwerking en uitwisseling bij de professionals in de gerechten. ‘Eigenaarschap’ voor het grotere geheel ontbreekt vaak bij medewerkers. Dat belemmert het gezamenlijk werken aan kwaliteitsverbetering.

    Aanbevelingen

    De commissie doet de Raad een aantal aanbevelingen. De rechtspraak moet in de komende jaren in staat worden gesteld om in rap tempo te moderniseren. De commissie beveelt aan te zorgen voor voldoende capaciteit en passende competenties om de reeds gestarte kwaliteitsprogramma’s te realiseren. Ook: verbeter daartoe onder meer de strategische personeelsplanning. Het huidige bekostigingssysteem van de rechtspraak is inmiddels in onderzoek om herzien te worden. Maar de commissie beveelt aan om reeds separaat financiering van de kwaliteitszorg, het veranderproces en de noodzakelijke innovatieprogramma’s te organiseren, zodanig dat het primaire proces daardoor niet belast wordt. Tevens beveelt de commissie aan te zorgen voor een heldere visie op organisatie en toekomst, en dat voor iedereen duidelijk vast te leggen. Zorg daarnaast voor gezaghebbend leiderschap en bestuurlijke regie op het proces van modernisering en verandering, zowel binnen de gerechten als tussen de gerechten en gerechtsoverstijgend.

    De Commissie Visitatie Gerechten


    Eens in de vier jaar stelt de Raad voor de rechtspraak, het orgaan voor de 11 rechtbanken, het College van Beroep voor het bedrijfsleven, de Centrale Raad van Beroep en de vier gerechtshoven, een visitatiecommissie samen met als doel de staat van de kwaliteitszorg binnen de rechtspraak te onderzoeken. De Commissie Visitatie Gerechten 2018 bezocht het afgelopen jaar de rechtbanken, de bijzondere colleges en de hoven. Ze onderzocht diverse aspecten van de kwaliteitszorg in de rechtspraak en sprak daartoe intensief met gerechtsbesturen, rechters, juridisch ondersteunend personeel en niet-juridisch personeel.

    De Commissie Visitatie Gerechten 2018 begon haar werk onder voorzitterschap van mevrouw drs. Femke Halsema. Na haar benoeming tot burgemeester van Amsterdam droeg zij de voorzittershamer over aan mevrouw dr. Joyce Sylvester. De commissie bestaat naast de voorzitter uit 14 leden, deels werkzaam in de rechtspraak, deels daarbuiten. De commissie vervult haar werkzaamheden en doet haar rapportage in volledige onafhankelijkheid.

    Voor meer informatie en toelichting voor de media kunt u via de Raad voor de rechtspraak, de heer F. Vlemmix, 06-21183587, contact opnemen met de Visitatiecommissie.

    De volledige versie van het Rapport Visitatie Gerechten 2018 "Goede rechtspraak, sterke rechtsstaat" en een interview met voorzitter Joyce Sylvester is te vinden op de visitatiepagina van de Raad voor de rechtspraak.