www.rechtspraak.nl

Alle landelijke nieuwsberichten van de Rechtspraak
  1. Ouders voelen zich onvoldoende gehoord in familie- en jeugdrechtszaken, mede door de grote problemen in de jeugdzorg. Om kinderen en ouders in die ingewikkelde omstandigheden voldoende rechtsbescherming te bieden, moeten jeugdrechters zich actiever en nieuwsgieriger opstellen. Dat staat in Recht doen aan kinderen en ouders (pdf, 757,9 KB), het rapport van de reflectiecommissie die de werkwijze van familie- en jeugdrechters in de rechtbanken en de gerechtshoven (hierna: jeugdrechters) heeft onderzocht. Daarin valt nog het nodige te verbeteren, concludeert de commissie. Ook het tekort aan jeugdrechters en gerechtsjuristen speelt daarbij een rol. 

    Reflectie

    Net als de bestuursrechters hebben ook de jeugdrechters naar aanleiding van de kinderopvangtoeslagaffaire besloten te reflecteren op het eigen werk. Bieden zij voldoende rechtsbescherming aan ouders en kinderen? Hoe doen ze dat en wat kan daarin worden verbeterd? Een reflectiecommissie bestaande uit jeugdrechters en gerechtsjuristen, ondersteund door externe deskundigen, heeft vorig jaar (beperkt) jurisprudentieonderzoek gedaan en interviews gehouden met jeugdrechters en gerechtsjuristen, kinderen, ouders en pleegouders, advocaten, bijzondere curatoren, vertegenwoordigers van belangenorganisaties van ouders en medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming, gecertificeerde instellingen en gemeenten. Daarbij is niet specifiek gekeken naar zaken die verband houden met de toeslagenaffaire. De Rechtspraak doet daar apart onderzoek naar als de benodigde gegevens beschikbaar zijn. 

    Overheidsinmenging

    Zaken waarin jeugdrechters een beslissing nemen, zijn ingewikkeld en grijpen diep in in het gezinsleven van ouders en kinderen. De reflectie richt zich op die zaken waarin sprake is van overheidsinmenging in dit gezinsleven: jeugdbeschermingszaken (ondertoezichtstelling, uithuisplaatsing en gezagsbeëindiging) en gezag- en omgangszaken waarin de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek heeft gedaan of een bijzondere curator voor het kind is benoemd. Jeugdrechters zijn zich bewust van de grote impact van hun beslissingen en proberen zoveel mogelijk recht te doen aan betrokkenen, maar stuiten op belemmeringen.  

    Knelpunten

    Ouders ervaren hun positie op de zitting als ongelijkwaardig ten opzichte van de machtige overheid, in dit geval de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdhulpinstelling. Zij voelen zich onvoldoende gehoord, vinden dat rechters teveel afgaan op wat de instanties presenteren en te weinig aan waarheidsvinding doen. Dit heeft zijn weerslag op het begrijpen en accepteren van de beslissing van jeugdrechters. Belangrijke knelpunten daarbij zijn het tekort aan rechters en tijd. Dat is zeker ook in jeugdzaken een probleem omdat snelheid van groot belang is als het om de veiligheid en ontwikkeling van kinderen gaat. En ook buiten de Rechtspraak speelt capaciteits- en tijdgebrek bij de bescherming van kwetsbare gezinnen een rol.  

    Wachtlijsten

    Instellingen voor jeugdbescherming en jeugdhulp kampen al jaren met personeelstekorten en wachtlijsten. De Rechtspraak heeft verschillende brandbrieven naar bewindspersonen gestuurd omdat de uitvoering van rechterlijke beslissingen daardoor in het gedrang komt. De reflectie maakt duidelijk dat ook andere mogelijkheden om rechtsbescherming te bieden hierdoor worden beperkt. De jeugdrechter heeft bijvoorbeeld nauwelijks mogelijkheden om extra onderzoek te laten doen. Daarnaast zijn de wachtlijsten voor deze onderzoeken zodanig lang dat het belang van het kind zich daar vaak tegen verzet. Ouders kunnen zelf vragen om een contra-expertise als er bijvoorbeeld een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming ligt, maar zo’n verzoek wijst de jeugdrechter om dezelfde reden meestal af. 
    Zowel binnen als buiten de Rechtspraak speelt door de krapte ook een gebrek aan continuïteit: ouders en kinderen krijgen geregeld met een andere jeugdrechter of hulpverlener te maken, wat het bieden van voldoende rechtsbescherming belemmert.

    Rol van de rechter

    Jeugdrechters worstelen met de vraag wat hun rol is in het huidige systeem en hoe zij onder deze omstandigheden recht kunnen doen aan ouders en kinderen. Omdat hulpverlening vaak lang op zich laat wachten, nemen jeugdrechters meer regie ten aanzien van de uitvoering van maatregelen. Bijvoorbeeld door uithuisplaatsing niet voor een jaar toe te wijzen maar voor een kortere periode of door in de beschikking aan te geven wat er in de tussenliggende tijd moet gebeuren. Jeugdrechters zouden meer met elkaar in gesprek moeten gaan over hun rol en taak in jeugdbeschermingszaken, luidt een van de aanbevelingen van de commissie.  

    Zij worden ook opgeroepen om in iedere zaak de relevante feiten actiever te onderzoeken. Dit betekent bijvoorbeeld dat waar nodig stukken worden opgevraagd ter onderbouwing van de feiten of dat een hulpverlener op zitting wordt uitgenodigd om informatie te geven over het hulpverleningstraject. Om ervoor te zorgen dat (pleeg)ouders zich gehoord voelen, is het van belang dat de jeugdrechter hen op de zitting de ruimte geeft om hun verhaal te vertellen en hun standpunt verwerkt in de motivering van de beslissing. 

    Oproep

    Ter bescherming van kwetsbare kinderen en hun ouders moet er meer tijd en continuïteit in het hele proces komen. De commissie vraagt alle betrokkenen, onder wie de minister voor Rechtsbescherming, de grote druk op het systeem van jeugdbescherming en jeugdhulp op te lossen, zodat de rechtsbescherming aan kinderen en ouders kan worden verbeterd.

  2. Verslag van een rechtszitting

    Nicky S. zit in de gevangenis in Alphen aan den Rijn. Hij is veroordeeld tot 17 jaar cel en tbs voor de moord op een Belgische loodgieter in 2019. Nicky zegt dat hij onschuldig is en is niet van plan in de gevangenis te blijven. Hij verzamelt een tijdje lang lakens, schroeft het raam uit zijn cel en zaagt de tralies door. Een paar dagen later, op 12 oktober 2022, is het zover: rond 3 uur ‘s nachts klautert hij uit zijn cel en belandt op het dak van de gevangenis.

    Net als in de film gooit hij een meterslange streng van aan elkaar geknoopte lakens over de gevangenismuur. Over de muur, niet over het buitenste hek. Daar moet Cor* (42) voor zorgen. Cor is in de auto van Nicky’s vader naar de Máximabrug langs de gevangenis gereden om zijn stadgenoot te helpen bij diens uitbraakpoging. Cor klimt over het hek en trekt de lakenstreng eroverheen. Nicky waagt het erop, maar de lakens knappen, hij valt en wordt overmeesterd door de gevangenisbewaarders. Bij het hek moet ook Cor eraan geloven. Hij belandt in de cel en Nicky verhuist naar een andere gevangenis. In de film gaat dat toch anders.

    Dwang

    Cor komt na 43 dagen weer op vrije voeten en een paar maanden later buigt de Haagse politierechter zich over zijn zaak. ‘Hebt u deze gevangene geholpen bij zijn uitbraakpoging?’, vraagt politierechter Bannink. ‘Eh, ja’, antwoordt Cor. De rechter: ‘Tegen de rechter-commissaris hebt u gezegd dat u daar met anderen was. Maar tegen de politie hebt u gezegd dat u alleen was; dat is ook op de camerabeelden te zien. U hebt ook gezegd dat u geen rijbewijs hebt. U zei dat u niet kunt rijden. Maar u kunt wel rijden, en u was alleen?’ Cor: ‘Dat klopt’. De rechter: ‘Maar hoe is het nou gegaan? Hoe wist waar u de auto kon ophalen?’ Cor: ‘Telefonisch contact.’ De rechter: ‘Met wie?’ Cor: ‘Dat kan ik niet zeggen.’ ‘U hebt gezegd dat er dwang op u is uitgeoefend. Kunt u daar iets over zeggen?’ Nee. Cor is er vandaag wel bij in zaal A5 van het Haagse gerechtsgebouw, maar hij is niet gekomen om honderduit te praten.

    Handschoen

    'Welke opdracht had u nou?', wil politierechter Bannink weten. 'Dat ik daar met die auto kwam, that's it.' In het dossier worden ook de beelden beschreven die videocamera's hebben gemaakt op de Máximabrug. De Haagse politierechter: 'Er is iemand te zien die over het hek naar binnen klimt om de lakens aan te pakken en weer over het hek klimt om ze buiten vast te zetten. U hebt tegen de politie gezegd dat u dat weleens zou kunnen zijn geweest.' Cor: 'Klopt.' Politieagenten vinden op de plek waar de lakens zijn vastgemaakt het topje van een handschoen: Cors handschoen. De rechter: 'Maar u zegt net dat het uw taak was om ervoor te zorgen dat die auto er was, en verder niets.' Cor: 'Dat was ook mijn taak, maar er was druk op mij gezet. Toen mijnheer op het dak zat, werd er van alles naar mijn kop gegooid.' 

    Plan

    Na zijn aanhouding vertelt Cor de politie niet te hebben geweten dat het strafbaar is om iemand te helpen bij een uitbraakpoging. Politierechter Bannink: ‘Maar als het niet strafbaar was, waarom zou u dan onder druk zijn gezet om dat te doen?’ Cor: ‘Ik werd onder druk gezet om iets te doen wat ik in eerste instantie helemaal niet zag zitten. Maar ik wil niets meer vertellen.’ De rechter: ‘Wat was het plan als de uitbraak was gelukt? U bent op bezoek geweest in de gevangenis, u hebt elkaar gebeld. U zou hebben gezegd dat de uitbraak zou gaan lukken.’ ‘Er was geen plan’, antwoordt Cor. ‘Had u hem moeten wegbrengen, was hij in die auto weggereden?’ Cor: ‘Ik zou het bij God niet weten. Ik was sowieso niet meegegaan.’

    Heroïne

    De reclassering heeft met Cor gesproken. Hij vertelde ze dat hij onder invloed van heroïne had geholpen bij de uitbraakpoging. ‘Ik was serieus verslaafd.’ De rechter: ‘U liep bij de reclassering, toch? U was nog in uw proeftijd voor een eerdere veroordeling in juni. U kreeg toch methadon van de verslavingszorg?’ Ja, maar hij gebruikte nog steeds heroïne. En dat ziet Cors vriendin niet zitten. Ze wil geen heroïnegebruiker in huis. En dus zwerft hij van onderkomen naar onderkomen. ‘Er is niets positiefs te melden’, concludeert Cor. Als Cor vandaag weer wordt veroordeeld, dan zou de straf wat de reclassering betreft deels voorwaardelijk kunnen zijn, met een meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling en meewerken aan begeleid wonen. Daar staat Cor ‘in principe’ voor open. In een mail zegt de toezichthouder dat Cor niet weer de gevangenis in zou moeten, want dat zou ‘de behandeling doorkruisen’.

    Levensgevaarlijk

    Stel je voor dat de uitbraakpoging was geslaagd, ‘dan was een levensgevaarlijke man in de samenleving terechtgekomen’, meent officier van justitie Neelis. De uitbraakpoging in Alphen mislukte, maar dat maakt Cor niet minder strafbaar. (Een gevangene mag overigens straffeloos een ontsnappingspoging ondernemen, zolang hij daarbij geen strafbaar feit pleegt.) Richtlijnen voor een straf zijn er niet, aldus de officier, maar ‘er zijn recentelijk flinke gevangenisstraffen voor dit soort zaken opgelegd.’ De vraag is dus waarom het Openbaar Ministerie deze zaak niet aan de meervoudige kamer heeft voorgelegd, die hogere straffen kan opleggen. Omdat er geen geweld is gebruikt, omdat Nicky S. niet is ontsnapt en omdat Cor tot ‘op zekere hoogte open is geweest over zijn eigen handelingen’, aldus de officier. Zij eist een gevangenisstraf van 1 jaar, waarvan 2 maanden voorwaardelijk (met aftrek van de 43 dagen die Cor heeft vastgezeten), met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. Bovendien zou de politierechter een eerder opgelegde voorwaardelijke celstraf van 1 maand moeten omzetten in een onvoorwaardelijke.

    Scène

    De uitbraakpoging in Alphen was een ‘gekke scène uit een film’, die volgens Cors raadsvrouw niet thuis hoort in het dagelijks leven. Cor heeft zijn rol hierin bekend en is schuldig. De rechter moet wel weten dat hij ‘een kwetsbare man zonder eigen woning is’, aldus raadsvrouw Van Minderhout. ‘Hij heeft ook verklaard dat hij onder druk is gezet.’ Een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou de hulp die Cor nodig heeft en zijn kans op een woning via begeleid wonen doorkruisen. De politierechter zou Cors onvoorwaardelijke gevangenisstraf daarom kunnen beperken tot de 43 dagen die hij al heeft vastgezeten. Cor zou ook niet die ene maand moeten hoeven uitzitten die hem boven het hoofd hing. Waarom verlengt de rechter die voorwaardelijke straf niet of vervangt ze hem niet (deels) door een taakstraf?

    Ernstig

    Er was echt wat voor te zeggen geweest om Cor niet voor 1 maar voor 3 rechters te laten verschijnen, concludeert politierechter Bannink. ‘Het feit is er ernstig genoeg voor en de straf zou zomaar een jaar te boven kunnen gaan’, aldus rechter Bannink. En de politierechter mag nu eenmaal niet meer dan 1 jaar celstraf geven. Gezien Cors persoonlijke omstandigheden begrijpt de rechter de keuze van het OM wel om voor de politierechter te kiezen. De reclassering ziet geen beletsel voor een celstraf, de toezichthouder wel. ‘Hij zegt dat een gevangenisstraf alle opgestarte hulp zou doorkruisen, maar wat is opgestart is niet concreet.’ Politierechter Bannink geeft Cor 12 maanden cel, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden die de reclassering adviseert. En de voorwaardelijke maand gevangenisstraf die Cor boven het hoofd hing, moet hij gewoon in de cel doorbrengen. ‘U wist dat u in uw proeftijd liep. U moest niet opnieuw een strafbaar feit plegen, en dat hebt u wel gedaan.’

    * Dit is niet zijn echte naam.

  3. Vanaf vandaag kunnen burgers, organisaties en juridische professionals zoals advocaten en belastingadviseurs bij alle gerechtshoven digitaal procederen in rijksbelastingzaken. Daarmee wordt de toegang tot de Rechtspraak eenvoudiger voor procespartijen. 

    Toegang via Mijn Rechtspraak

    Via het beveiligde webportaal Mijn Rechtspraak is digitaal procederen mogelijk in nieuwe en lopende rijksbelastingzaken. Procespartijen en -vertegenwoordigers loggen in via Mijn Rechtspraak met DigiD (burgers); eHerkenning (organisaties, belastingadviseurs en andere juridische professionals) of met de Advocatenpas (advocaten).

    Digitaal zaakdossier

    Rechtzoekenden kunnen nu al een hoger beroepschrift en aanvullende stukken via een webformulier digitaal indienen in rijksbelastingprocedures bij de hoven. Deze wijze van indienen maakt plaats voor een snellere en meer eenvoudige toegang tot de Rechtspraak. Burgers, organisaties en juridische professionals hebben zo altijd een actueel overzicht van ingediende zaken en de bijbehorende berichten in het eigen digitale zaakdossier. 

    Pilot rijksbelastingen rechtbank Noord-Nederland

    Vanaf 13 februari kunnen rechtzoekenden digitaal procederen in rijksbelastingzaken bij rechtbank Noord-Nederland. Dit is vooralsnog een pilot met als doel de digitale toegang bij de rechtbank te beproeven en waar nodig te verbeteren. Bij een succesvolle pilot gaan de andere rechtbanken later dit jaar ook starten met digitale toegang. Rechtzoekenden kunnen dan in eerste en tweede aanleg digitaal procederen in rijksbelastingzaken. 

    Project Digitale Toegang

    Digitaal procederen in rijksbelastingzaken is onderdeel van het project Digitale Toegang van de Rechtspraak. Met dit project realiseert de Rechtspraak de komende jaren eenvoudige digitale toegang voor alle rechtzoekenden en hun procesvertegenwoordigers in de rechtsgebieden civiel recht en bestuursrecht. Digitaal procederen is vooralsnog vrijwillig, maar wordt op enig moment verplicht voor juridische professionals.

  4. Voorzitter van de Raad voor de rechtspraak benadrukt collectieve verantwoordelijkheid voor democratische rechtsstaat

    ‘De gang naar de rechter lijkt soms geen middel meer om recht te halen, maar een poging om de eigen mening tot norm te maken.’ Dit stelt Henk Naves, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak in zijn nieuwjaarsrede. Naves ziet de verharding en polarisatie van de samenleving ook in de zittingszalen terug. ‘Niet zelden gaat het dan om het uitvechten van wat in de kern een maatschappelijke discussie is.’

    De voorzitter van de Raad denkt dat rechtspraak niet moet worden ingezet als vervanging van het maatschappelijk debat. Naves: ‘Samenleven werkt alleen als we luisteren naar de ander en oog hebben voor elkaars belangen. Als matiging van de eigen opstelling een optie is.’ Hij verwijst daarbij naar een onderzoek van het Verweij Jonkers Instituut (verwey-jonker.nl) waaruit blijkt dat een grote groep mensen bereid is de regels van de democratische rechtsstaat terzijde te schuiven als dat beter uitkomt. ‘Een gedeelde verantwoordelijkheid in een samenleving vraagt van iedereen om grondrechten van anderen te respecteren, ook als zij niet jouw mening verkondigen of jouw belang in de weg zitten.’

    Sterke schouders

    Hoewel iedereen een bijdrage moet leveren als het gaat om de rechtsstaat, rust op de ‘sterke schouders’ van instituties als de Rechtspraak volgens Naves wel extra verantwoordelijkheid. Zij moeten het goede voorbeeld tonen, maar ook – door te reflecteren op het eigen handelen – waar mogelijk verbeteren. ‘Rechtspraak moet een rots in de branding zijn’, zegt Naves. ‘De gedachte terug te kunnen vallen op rechters die zonder aanziens des persoon zullen beslissen, geeft mensen houvast en vertrouwen. En dat lijkt mij welkom in tijden als deze.’

    Vastlopende overheid

    Maar de rechter kan deze belangrijke rol alleen vervullen als zijn uitspraken worden gerespecteerd en uitgevoerd. ‘Hoewel bij verreweg het grootste deel van de rechtszaken dit fundamentele uitgangspunt wordt geëerbiedigd, gaat het met name bij rechtszaken tegen de overheid steeds vaker mis,’ stelt Naves. Overheidsinstantie besluiten, vaak gedwongen door bijvoorbeeld een tekort aan personeel, steeds vaker dwangsommen gewoon te betalen in plaats van de onrechtmatige situatie te verhelpen. Dit is bijvoorbeeld te zien bij vreemdelingenzaken, de Wet Open overheid, en de afhandeling van de toeslagenaffaire. ‘Het is de handdoek in de ring van een overheid die dreigt vast te lopen. En het gaat niet alleen om dwangsommen. Het gaat ook over de problemen in de jeugdzorg, waarover rechters al vaak alarm sloegen. Of om de moeizaam lopende hersteloperaties rondom de toeslagenaffaire of de gaswinning in Groningen.’

    Sepots

    Naves steekt daarbij nadrukkelijk ook de hand in eigen boezem, want ook de Rechtspraak kampt met problemen. Hij verwijst daarbij onder meer naar het seponeren van strafzaken door gebrek aan zittingscapaciteit. ‘Zoals ons rechtssysteem uitgaat van het uitvoeren van een rechterlijke uitspraak, gaat het er ook vanuit dat iedereen naar de rechter kan stappen en dat een zaak niet wordt geseponeerd door externe omstandigheden.’

    Collectief

    Een vastlopende overheid is volgens Naves niet alleen voor direct betrokkenen een bron van onrecht en machteloosheid. Ook het collectieve vertrouwen in de overheid wordt daardoor geschaad. Het vertrouwen in rechters en rechtspraak is in Nederland gelukkig structureel hoog. Naves: ‘Het is aan ons om te zorgen dat dit zo blijft.  Door te proberen waar we kunnen, en waar het gepast is, het verschil te maken bij de complexe problemen van onze tijd.  Door onder soms grote maatschappelijke en politieke druk het hoofd koel te houden. Door fouten toe te geven en door ons uit te spreken. Door rechtspraak te blijven leveren waar Nederland trots op kan zijn.’


  5. In december 299 faillissementen uitgesproken

    Rechtbanken hebben in december 299 faillissementen uitgesproken. Dit zijn er 24 minder dan in november. Dit blijkt uit cijfers van de Raad voor de rechtspraak. Vorige maand gingen 243 rechtspersonen (bedrijven/organisaties) en 56 natuurlijke personen (individuen) failliet.

    Vanaf mei 2020 is het aantal faillissementen scherp gedaald. De oorzaak van het lage aantal faillissementen is niet onderzocht, maar dit lage aantal is met de coronacrisis in het achterhoofd wel opvallend te noemen.

    Hoe verloopt een faillissement?

    Als een bedrijf of persoon rekeningen niet meer betaalt, kan een faillissement worden uitgesproken door de rechtbank. Dit gebeurt duizenden keren per jaar. Als een bedrijf of persoon failliet wordt verklaard, benoemt de rechtbank een curator. De curator onderzoekt of een doorstart mogelijk is, beheert en verkoopt zo nodig de bezittingen van de failliete boedel. De curator zorgt er vervolgens voor dat, binnen wettelijke regelingen, aan de schuldeisers kan worden uitgekeerd of dat een burger kan worden toegelaten tot een wettelijke schuldsanering.

    Cijfers

    De faillissementscijfers worden maandelijks gepubliceerd en zijn ook beschikbaar als open data. Daarnaast worden alle uitgesproken faillissementen opgenomen in het openbare Centraal Insolventieregister.

    Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceert ook faillissementscijfers, op basis van de gegevens van de Rechtspraak. Door de gegevens van de Rechtspraak te koppelen met andere beschikbare informatiebronnen toont het CBS bijvoorbeeld ook informatie per bedrijfstak. Door verschillen in rekenmodellen kunnen de cijfers van het CBS verschillen met de cijfers op deze pagina.

    Meer informatie: Faillissementscijfers